zaterdag 12 november 2011

The Terminal (2004)




Ziek en/of depressief op de bank, wat het ook is, in ieder geval beide zeer geschikt om me lekker te nestelen voor The Terminal. Van Steven Spielberg en met Tom Hanks, dus feelgood zonder nadenken. Bij mijn review van Super 8 heb ik Steven Spielberg nog flink lopen afzeiken, maar hier moet ik toch een beetje water bij de wijn doen. Gelukkig drink ik geen wijn, dus voor mij gaat er niks verloren. Ik kan me voorstellen dat grote wijnliefhebbers zullen zeggen: Doe het niet, doe het niet! Maar ik heb daar eigenlijk geen boodschap aan.

Natuurlijk heb ik The Terminal al een keer gezien. Niet alleen in gezapte stukjes op de tv, maar ook in zijn geheel een paar keer. En weer viel hij niet tegen. Dat komt wat mij betreft doordat Spielberg in deze film net een iets andere draai heeft gegeven aan zijn vaste thema’s. Het liefdesverhaal heeft bijvoorbeeld maar een klein rolletje en loopt niet goed af. En het verplichte thema “familie” is veel meer symbolisch in beeld gebracht dan Spielberg normaal doet (zoals in War Of The Worlds). En dat maakt dat ik deze film erg kan waarderen, hij wordt nooit zo cheesy of overdreven dat ik me ga zitten ergeren. Dat betekent natuurlijk niet dat het niet cheesy is! Maar cheesy hoeft niet per sé slecht te zijn. Voor mij geldt: als ik maar weet dat het daarom gaat, kan ik het wel waarderen. Mits met mate hè. Maar als me iets anders wordt voorgeschoteld (bijvoorbeeld sci-fi) en het blijkt toch cheesy te zijn (Super 8), dan word ik boos!

Nog even het verhaal, dat is lekker simpel. Man strandt op luchthaven en moet daar overleven. The end. Nou ja, er is natuurlijk wel iets meer. De man komt namelijk vast te zitten doordat zijn land uit elkaar valt op het moment dat hij in Amerika landt waardoor zijn visum niet meer geldig is. Omdat zijn paspoort ook niet meer geldig is, kan hij ook niet terug. Hij valt dus (niet letterlijk!) tussen wal en schip. Tom Hanks zou Tom Hanks niet zijn als hij niet de braafheid zelve is, dus hij blijft braaf op het vliegveld en door allerlei slimmigheidjes bouwt hij een soort van leven op. En dat is, in combinatie met de quirky vertolking door Tom Hanks, soms best grappig. Als je je er aan kunt overgeven.

Als je je er aan kunt overgeven. Dat is het belangrijkste bij deze film. Als je je hoofd kunt uitzetten en je mee kunt laten voeren door het feelgood verhaal, is het een mooie film. Vol met slimme analogieën zoals het wachten van de verschillende karakters. Ook lijkt deze film wat te willen zeggen over immigratiebeleid en het beeld van immigranten. Waar je in de eerste instantie denkt dat de hoofdrolspeler nogal dom is (hij spreekt niet eens Engels!), blijkt steeds meer dat het hier gaat om een intelligente man met smaak en vele competenties. En dat is weer een mooie analogie tussen het karakter en de film als geheel, 7½ uit 10.

vrijdag 11 november 2011

Conan The Barbarian (2011)




Conan The Barbarian is een remake van de gelijknamige film Conan The Barbarian uit 1982. Toentertijd met Arnold Schwarzenegger en zijn eerste grote film. Nu met Jason Momoa (Khal Drogo uit Game Of Thrones) en ook zijn eerste grote film. In ieder geval in budget. Want waar de 1982 versie mijn boeken in is gegaan als cult-klassieker, zal de 2011 versie niet de boeken ingaan. Om met wat meer zekerheid te kunnen schrijven, heb ik beide versies gekeken. Eigenlijk had ik ook het vervolg, Conan The Destroyer (1984), en het officieuze vervolg, Red Sonja (1985), moeten kijken om het plaatje compleet te hebben, maar dat komt misschien nog. Je kunt niet bezig blijven hè! Dat zeggen ze in ieder geval. En daar ben ik het hartgrondig mee eens.

De versie uit 1982 is een, om in computertermen te spreken, RPG adventure. Dus: je begint in je eentje en moet in de loop van het spel wapens verzamelen, kracht opbouwen en mensen overtuigen om zich bij je aan te sluiten. Het liefst een vrouw, een dief en een magiër. En dat allemaal in het kader van een queeste. In dit geval het doden van de leider van een enge slangencultus die verantwoordelijk is voor de dood van de vader van de held. Het fijne van zo’n soort verhaal vind ik dat niet alles uitgelegd hoeft te worden. Daarnaast laat het gammele acteerwerk in combinatie met een algemeen gedateerd uiterlijk veel ruimte om je fantasie de vrije loop te laten. Gooi Schwarzenegger in de mix en je hebt cult.

Bij het uitkomen van de nieuwe versie vroeg ik me meteen af: Waarom hebben ze een remake gemaakt van deze film? Een nobele reden zou zijn omdat de maker groot fan is van het origineel en deze wil verbeteren. In dit geval zou dat hetzelfde zijn als tegen een liefhebber van vinyl zegt: Je moet de cd luisteren, dan is het geluid veel beter! Dat kan het dus niet zijn. Een andere nobele reden is dat de maker groot fan is en de film in een modern jasje wil steken. Maar dat is ook niet het geval. Alhoewel duidelijk een remake, wijkt de nieuwe versie op een groot aantal essentiële punten af van het origineel. Door zoveel te verschillen van het origineel, wordt bij mij vooral de suggestie gewekt dat de naam Conan The Barbarian vooral gebruikt is vanwege de naamsbekendheid.

Geen nobele redenen dus. Wel kwaadaardige! Namelijk het koelbloedig verdienen van keiharde pegels! Cash, poen, geld, dinero, doekoe, euries, knaken, pecunia! En dat verdien je niet met interessante films. Wel met uitgekauwde verhaaltjes met overdonderende actie en een sexy hoofdrolspeler. En opvallend bloederig, dat past dan misschien niet helemaal in het hele PG-13 verhaal. De film krijgt dan ook een R-rating (17+), het enige pluspunt. Als je van rechttoe rechtaan actie houdt, is dit de film voor jou. Als je enige verwachtingen hebt, laat hem dan vooral liggen: 5 uit 10.

woensdag 9 november 2011

Balada Triste De Trompeta (2010) [The Last Circus]




Een duister liefdesdrama. En dat terwijl ik een vreemde horror-komedie had verwacht. Als mijn verwachtingen zo de plank misslaan, kan ik meestal niet meer goed in de film komen. En dat was nu ook het geval. Zeg ik dat vaak?

Wat ik van deze film moet maken, ik weet het niet. (dat heb ik wel eerder gezegd) Het verhaal gaat over een clown die door tragische gebeurtenissen alleen nog maar een treurige clown wil zijn. Hij wordt verliefd op de vriendin van een vrolijke clown. De vrolijke clown is echter alleen vrolijk binnen het circus, daarbuiten is het een alcoholist die zijn vriendin zwaar mishandeld. Dit verhaal kabbelt zo’n beetje drie kwartier voort tot het moment dat de verdrietige clown door het lint gaat en de vrolijke clown finaal in elkaar slaat. Met gruwelijke gevolgen. De beide clowns worden gek terwijl de verdrietige clown de jacht op de vrolijke clown hervat. Zonder dat het grappig wordt.

Ik krijg er hoofdpijn bij. Ondanks het betrekkelijk gewone liefdesverhaal van een driehoeksliefde is de rest van de film nogal vreemd. Waarom het moet gaan over een circus en clowns, ik zou het niet weten. Verder speelt het regime van Franco door het verhaal heen. Wat het ertoe doet, Joost mag het weten! Dus vraag het aan Joost. Wil de film me wat vertellen? Ik kan het niet bedenken en dat verveelt me.

Het is wel mooi met deze film. Waarschijnlijk gaat het ergens over, waarschijnlijk is het een goede film en velen vinden hem vast interessant. Ik zat zeker net de andere kant op te kijken. Wel mooie beelden en beide clowns zien er op het einde zeer indrukwekkend en angstaanjagend uit. Een dikke 5 uit 10, het is aan mij voorbij gegaan. Misschien geef ik hem ooit nog een tweede kans.

dinsdag 8 november 2011

Rubber (2010)


In een woestijnachtige omgeving staat een nogal sullige man met in elke hand een tros verrekijkers. Er komt een auto aanrijden die voorzichtig een aantal nogal gammele stoeltjes omverrijdt die over de zandweg verspreid staan. Als de auto stopt, stapt een politieagent uit de kofferbak. Hij loopt op het publiek af en legt hen uit, terwijl hij in de camera kijkt, dat bijna alle films voor een groot deel bestaan uit “zonder reden”. Vervolgens stapt hij weer in de kofferbak en de auto rijdt weg. De mensen in het publiek krijgen van de sullige man een verrekijker en de film begint.

Vreemd? Ja, behoorlijk. Maar het wordt gelukkig nog vreemder. Want het publiek ziet door hun verrekijkers dat verderop in de woestijn op een vuilnisbelt een rubberen autoband tot leven komt. Hij klimt uit het zand en leert te rollen. Dan ontdekt de autoband zijn moordlustige neigingen. Het begint onschuldig. Eerst rolt hij over een plastic flesje en een schorpioen. Maar als hij een bierflesje wil vernietigen, merkt de band dat hij niet genoeg gewicht heeft. Hij wordt woedend en door telekinetische krachten laat hij het flesje uiteen spatten. Vrolijk verder rollend komt hij een konijntje en een vogel tegen die hetzelfde lot ondergaan. De moordzucht van de rubberband escaleert als hij een stoffig dorpje binnenrolt en daar de mensen begint te vermoorden.

Maar daar blijft het niet bij. Want halverwege het verhaal wordt de film zelfbewust. Op dat moment zijn er eigenlijk drie films tegelijk bezig: de film die ik zit te kijken, de film die het publiek zit te kijken en de film die de acteurs ondergaan. Eigenlijk te ingewikkeld om in woorden uit te leggen.

De film combineert absurdisme en magisch realisme met een snufje horror zonder dat de film spannend, goor of eng is. Echt grappig is het ook niet, ondanks dat idee van een levende, moordzuchtige rubberband wel echt raar is. Hier en daar moest ik wel gniffelen, bijvoorbeeld bij “autoband gaat douchen” of “autoband kijkt tv”. Ik zou deze film vooral bestempelen als een stijloefening, en in die zin is hij erg goed gelukt. Erg origineel maar op een gegeven moment wel een beetje saai. Duurt gelukkig niet lang, nog geen 80 minuten. Punten voor concept en bizarriteit: 7,5 uit 10.

maandag 7 november 2011

Enemy Of The State (1998)




Zondagavond lekker op de bank, geen gezeur, geen drama’s, niet nadenken, gewoon een relaxte film kijken. Dus wordt het Enemy Of The State van Tony Scott, niet te verwarren met zijn broer Ridley Scott. Bekend van Top Gun en Days Of Thunder met onze TommyBoy, The Last Boy Scout met Bruce Willis (altijd goed voor een vrolijke noot en vlotte actie) en Spy Game met Robert Redford en Brad Pitt. Met andere woorden: vlotte actiethrillers met bekende acteurs die meestal garant staan voor prima oppervlakkig vermaak. Een genre speciaal gemaakt voor de zondagavond. Wellicht wat minder oppervlakkig en met wat meer spanning dan de films van John Woo, woehoe! Met uitzondering van Face/Off, die duidelijk meer kwaliteit had en wat mij betreft gewoon een goede actiethriller is.

Enemy Of The State is het officieuze vervolg op The Conversation. Niet alleen omdat beide gaan over afluisterpraktijken, maar vooral doordat Gene Hackman hier opnieuw de rol van Harry Caul vertolkt, alleen niet met die specifieke naam. Leuk om terug te zien dat hij nog steeds achter tralies werkt in een enorm pakhuis. Daarnaast is de scène waarin het gesprek tussen Will Smith en Lisa Bonet wordt afgeluisterd een mooie ode aan het centrale gesprek in The Conversation. Will Smith is natuurlijk de held van het verhaal en bewijst in deze film opnieuw dat hij nooit volledig in zijn rol opgaat zodat je meteen denkt: hee, dat is Will Smith.

Over het verhaal zeg ik niet teveel want het is leuker om zelf een beetje verrast te worden, waar mogelijk. Het gaat in ieder geval over een advocaat (Smith) die ongemerkt een, voor een bepaalde politicus, zeer belastende video in handen krijgt. Omdat Smith zelf niet weet dat hij de videoband heeft en de desbetreffende politicus niet weet dat Smith niet weet dat hij de video heeft, zet hij al zijn afluistertechnieken in om de band op het spoor te komen. En daarmee begint een gevaarlijk kat en muisspel…

Ondanks mijn cynische noot door het hergebruiken van eerdere reviews, is dit best een goede film. In ieder geval spannend en met een redelijk verassende ontknoping. Daarnaast heeft de regisseur hier en daar wat maatschappijkritische noten toegevoegd. Natuurlijk over het gevaar van afluisteren (veiligheid boven privacy, hoe actueel!) en ergens ook over het gevaar van blindelinge volgzaamheid. Ik raad aan om eerst The Conversation te kijken en daarna Enemy Of The State omdat je zo een mooi beeld krijgt van hoe Hollywoodfilms zich in bijna een kwart eeuw hebben ontwikkeld en de-ontwikkeld. Zeveneneenhalf uit 10 waarbij ik The Conversation upgrade naar een 8.

zondag 6 november 2011

Paycheck (2003)




Zondagmiddag lekker op de bank, geen gezeur, geen drama’s, niet nadenken, gewoon een relaxte film kijken. Dus wordt het Paycheck van John Woo, woehoe! Bekend van Hard Target met Jean-Claude, Broken Arrow met Travolta en Slater, Mission: Impossible II met onze TommyBoy en natuurlijk Face/Off. Met andere woorden: vlotte actie met bekende acteurs die meestal garant staan voor prima oppervlakkig vermaak. Een genre speciaal gemaakt voor de zondagmiddag. Wellicht met een uitzondering van Face/Off, die duidelijk meer kwaliteit had en wat mij betreft gewoon een goede actiethriller is.

Paycheck past prima in het rijtje van John Woo, beter dan Broken Arrow maar minder goed dan Face/Off. Gelukkig ook niet echt spannend, dat vind ik nogal vermoeiend op de zondagmiddag. Verder alle verplichte elementen: bekende acteurs (Ben Affleck voor de dames en Uma Thurman voor de heren), gereld gevechten (met de vuist, stok of een pistool), achtervolgingen (met verplicht ontploffende auto’s), een dun romantisch verhaaltje en wat sci-fi elementen. Goed roeren in de filmstudio, hier en daar een snufje CGI, voldoende laten pruttelen in de edit-kamer en presto!

Over het verhaal zeg ik niet teveel want het is leuker om zelf een beetje verrast te worden, waar mogelijk. Het gaat in ieder geval over een techneut (Affleck) die voor verschillende opdrachtgevers technische hoogstandjes jat en aanpast om zo de concurrent te snel af te zijn. Om niet vervolgd te kunnen worden wegens diefstal en weet ik niet wat, laat Affleck na elke operatie zijn geheugen wissen zodat hij zich er niks van herinneren. Ideaal! Als dat ook zou kunnen met pijnlijke gebeurtenissen uit je jeugd, zou de psychotherapie totaal overbodig worden. Ideetje misschien? Het gaat mis met de held als hij een opdracht aanneemt waarbij hij drie jaar van zijn geheugen moet laten wissen.

Gegoochel met herinneringen en tijd is een dankbaar onderwerp om een actie/thriller/sci-fi aan op te hangen en in dit geval vond ik het redelijk origineel gedaan. Niet nadenken over wat wel en niet kan, het is geen documentaire hè! Zak chips, cola of een biertje erbij en je hebt twee ontspannen uurtjes op de bank, 7 uit 10.

zaterdag 5 november 2011

The Conversation (1974)




The Conversation gaat over professioneel afluisteraar Harry Caul (Gene Hackman). Hij krijgt de opdracht om een gesprek tussen een onbekende man en vrouw af te luisteren en op te nemen. In de eerste instantie lijkt het gesprek nergens over te gaan. Door de opnames vaker te beluisteren en op te poetsen, krijgt Caul steeds meer het gevoel dat het leven van de man en vrouw in gevaar is. En dan wil hij voorkomen dat de opnames in handen komen van zijn opdrachtgever.

Ik zou de film categoriseren als een “whodunnit”. Hij wijkt echter af van andere films in dit genre. Aan de oppervlakte is de film namelijk nogal saai en niet heel spannend. Het is meer de sfeer van de film die het interessant maakt. Ik kan niet goed definiëren wat het precies is, maar de film is zo gemaakt dat de kijker ook een afluisteraar en toeschouwer wordt. Je moet bijvoorbeeld steeds goed luisteren en opletten om belangrijke informatie niet te missen. Net als de hoofdrolspeler. Het grote verschil met andere films in dit genre zit hem wellicht in de keuze van de hoofdrolspeler. Want dat is meestal de afgeluisterde!

Niet alleen de manier van het in beeld brengen van het verhaal creëert afstand. Ook de manier waarop het personage Harry Caul in beeld wordt gebracht, creëert afstand. Caul is een afstandelijke, sociaal onhandige en paranoïde man die altijd een doorzichtige plastic regenjas aanheeft. Hij denkt puur rationeel en schuift verantwoordelijkheid af door te zeggen: Ik ben niet verantwoordelijk voor wat de opdrachtgevers doen met mijn opnames. In de huidige afluisterzaak gaat hij daar echter anders over te denken. Er speelt ook een conflict tussen zijn geloof, zijn paranoia en de aard van zijn werk. Over het algemeen kun je je door dergelijke conflicten beter identificeren met het personage. Maar dat is bij deze film niet het geval omdat de conflicten in gedrag niet leiden tot een innerlijk conflict. En dat werkt vervreemdend en creëert afstand. Je mag niet meekijken in de innerlijke belevingswereld van Harry Caul.

Twee jaar geleden heb ik deze film gedraaid in de MovieTuesday. Toen vond ik hem vervreemdend en niet geschikt om doorheen te praten. Wat we natuurlijk wel uitgebreid deden. Reden om hem nog een keer te kijken dus. En wat mij betreft de moeite waard, want alhoewel niet spectaculair, is hij wel filmisch interessant. Ik overweeg om hem nog een keer te kijken. Vorige keer 5 uit 10, nu 7,5 uit 10.

vrijdag 4 november 2011

Apollo 18 (2011)




Gaaaaaaaaaap. Wat een slaapverwekkende boel zeg. En saai. Hoe kan ik hier überhaupt een hele review over schrijven? Iets zinnigs weet ik eigenlijk niet te zeggen. Wat kun je er wel over zeggen? Weinig. Ja, dat snap ik, maar weinig is niet niks. Nee, weinig is niet niks. Je kunt er dus wel iets over zeggen? Ja, ik kan er wel iets over zeggen. Maar niet veel.

Het verhaal is klein, drie astronauten gaan richting maan. Eentje blijft in een baan cirkelen, twee landen erop. En doen daar wat onderzoek. = Stenen oprapen. Waarom je daar mensen voor naar de maan moet sturen, is mij een raadsel. Kan zo’n wagentje volgens mij ook prima. Voor het verhaal zijn de mensen wel essentieel, anders zou het gaan over een wagentje op de maan die stenen opraapt. En dat zou wellicht een beetje raar zijn. Ik had het wel grappig gevonden, in ieder geval origineler dan wat het nu geworden is.

Maar goed, het verhaal. Geen autootje op de maan maar twee mannetjes. En dan blijkt het toch niet helemaal pluis te zijn op de maan! Beweegt daar nou iets? Wat hoor ik voor mysterieus geluid? En wat voelen die maanstenen vreemd aan! Spannend hè?

Dit soort films zijn er ook weer dertien in een dozijn en deze is niet het gouden ei van moeder de gans. De makers hebben wat spanning proberen toe te voegen door de film in het concept van een documentaire te gieten. Dus: deze beelden zijn teruggevonden en daar hebben we een filmpie van gemaakt. Dat werkt realisme verhogend. NOT. Flikker toch op met je beestjes op de maan. Ik vind het ook een belediging voor de kijker trouwens. Net alsof die niet in staat zou zijn om zich mee te laten voeren door het verhaal. Daar ga je toch voor naar de film?!

Opvallend genoeg heb ik me ook niet geërgerd. Want door er niks in te stoppen, was er ook weinig om me aan te ergeren. Vijf uit tien.

woensdag 2 november 2011

The Fifth Element (1997)




Misschien is dit wel mijn favoriete film. In ieder geval in het genre “luchtig vermaak”. Het is niet de beste film die ooit gemaakt is, maar wellicht wel de leukste. En het is leuk omdat het een modern sprookje is. En wie houdt er nou niet van sprookjes! Ik moet hierbij trouwens meteen aan Star Wars denken, dat is eigenlijk ook een modern sprookje, niet?

Wat de film verder zo leuk en goed maakt, is dat het plezier ervan afstraalt en alles zo over-the-top is. Maar dan wel goed uitgevoerd. Want het risico van overdreven of grotesk is dat het snel belachelijk wordt. Vaak wordt volgens mij de fout gemaakt om het overdrevene, groteske maar ook vooral futuristische te combineren met de realiteit. En dan wordt het snel ongeloofwaardig. Daar deze film geen poging doet realistisch te zijn, laat ik me gemakkelijk meevoeren in de wereld van goddelijke buitenaardse wezens en de eeuwige strijd tussen het goed en het kwaad.

En in welke film vind je zo’n goede combinatie van supers? Superheld Bruce Willis is altijd goed voor een vrolijke noot en vlotte actie. Gary Oldman is de superschurk en bewijst in deze film opnieuw dat hij volledig in zijn rol opgaat zodat je niet in de eerste instantie denkt: hee, dat is Gary Oldman. Dan is er nog superfreak Chris Tucker die een zeer goede impersonatie doet van Prince on speed. Nog meer supers? Jawel, super evil! En geen gedoe hier met boze mannen in maskers. Nee, gewoon een enorme planeet van kokend lava zonder motieven of andere slappe achtergrondverhaaltjes. En tenslotte nog Milla Jovovich, de supermooie vertolking van alle het goede/goddelijke.

Afgezien van alle supers in de acteurs, zitten de supers ook in de decors en natuurlijk de kostuums. Want niemand anders dan Jean Paul Gaultier is verantwoordelijk voor de bizarre, superfuturistische outfits. Hij maakt wat mij betreft één misser: Diva Plavalaguna. Steeds als ik de film kijk, word ik bij de operascène uit het verhaal gerukt en kan ik een cynische grijns niet onderdrukken. Want alhoewel ik de muziek erg ontroerend vind, wordt het me echt teveel als ik die SMURF op het toneel zie staan. En niet zomaar een smurf, een smurf die het bed heeft gedeeld met een van de monsters uit Alien. En dan het dansje en slechte playbacken op het moment dat het klassieke gedeelte overgaat in opera-house! Nee, daar pas ik voor.

Geen gezeik aan de dijk, de Diva is niet lang in beeld en ik krijg daarna weer een portie vrolijke actie voorgeschoteld. En uiteindelijke is er de ontroerende slotscène waarin blijkt dat alleen liefde al het kwaad overwint. Dat is toch prachtig sprookje? Negen uit tien.

dinsdag 1 november 2011

The People vs. George Lucas (2010)




De oplettende lezer zal waarschijnlijk opvallen dat dit de tweede film is met betrekking op Star Wars die ik in korte tijd review. Dat is toeval. Ik ben geen die-hard Star Wars aanhanger. Of toch? Ik heb wel de originele versies van de eerste drie delen, zonder opgepoetste opsmuk. Maar ik ga niet in een Imperial Trooper-pak alle beurzen af en ik wacht ook geen dagen in de kou in afwachting van een nieuw speeltje. Wat hele volksstammen wel schijnen te doen.

Voor wie het niet weet, George Lucas is de bedenker en maker van de Star Wars zesologie. Al direct na het uitkomen van het eerste deel leidde Star Wars tot een gigantische hype, ongeëvenaard door welk ander popcultuur fenomeen dan ook. De hype vertaalt zich in hordes mensen die nachten voor het uitkomen van de tweede trilogie in de rij staan om als eerste erbij te kunnen zijn. Het wordt ook zichtbaar in de bizarre hoeveelheid Star Wars speelgoed die verkocht is en nog steeds te koop is. Check ebay eens zou ik zeggen. Dan zijn er nog de enorme beurzen en verkleedpartijen. En tenslotte nog een ontelbaar aantal fanedits en fan-remakes van de zes films. Ongekend.

Maar de fans zijn boos. En terecht! Want wat heeft George Lucas gedaan? Hij heeft de eerste drie delen “verbeterd”: opgepoetst en aangevuld met CGI. En niet ten goede volgens de fans, de originele sfeer zou daarbij verloren zijn gegaan. Om de “verbetering” te kunnen doen, zou Lucas volgens eigen zeggen de originele negatieven hebben vernietigd. En dat terwijl hij eind jaren tachtig bij een hoge instantie nog een verklaring had afgelegd waarin hij pleitte tegen het inkleuren van zwart-wit films omdat het vernietiging van de geschiedenis zou zijn! Daarna ging het verder bergaf met de beste man toen hij de tweede trilogie uitbracht. Ik herinner de lezer onder andere aan Jar Jar Binks en de uitleg van “The Force” als zijnde iets met moleculen en mitochondriën. Wat een kul, wat een prut.

De film geeft een mooi beeld van de enorme hype achter Star Wars. En gelukkig allemaal niet al te serieus, alhoewel de fans volop fulmineren en hun frustratie de vrije loop laten. Er is ruim voldoende zelfspot om het geheel vooral grappig te maken. Ik moest in ieder geval een paar keer hard lachen. De film eindigt met een mooie analogie tussen George Lucas en Darth Vader. In een poging te beschermen wat ze het meest liefhebben, hebben ze het vernietigd.

Vind je de opgepoetste versies tekort doen aan de originelen? Vind je de tweede trilogie grote bagger? Haat je Jar Jar Binks? Ben je een nitpicker? Ga kijken, ga kijken! Negen uit tien.